Home
Geschiedenis
Technische gegevens
Contact
Rotterdampas
 
   

De geschiedenis van de Pendrechtse Molen

Waarschijnlijk is de polder Nieuw-Pendrecht in 1580 ingedijkt en is er ook direct bij de inpoldering een molen gebouwd. Uit archiefstukken blijkt, dat dit een wipmolen is geweest. Deze houten molen heeft 150 jaar de polder droog gehouden. In 1731 is deze vervangen door de huidige, ronde, stenen bovenkruier.

In 1842 is de molenaarsruimte in de molen omgebouwd tot een woning. Naast de molen is toen een secreet en een schuur met bakoven gebouwd. In 1904 werd de woning in de molen onbewoonbaar verklaard.

In 1859 is de houten bovenas vervangen door een gietijzeren versie. In 1875 is het houten scheprad vervangen door een ijzeren. Daarna zijn in 1876 en 1886 de houten roeden door ijzeren exemplaren vervangen. Dit is gedaan, omdat houten roeden gemiddeld een jaar of tien, een bovenas en scheprad een jaar of dertig meegaan en het steeds moeilijker werd om aan kwalitatief goed hout te komen. Uiteindelijk zijn de ijzeren geklonken roeden pas na de verplaatsing in 1993 vervangen door stalen gelaste roeden en de bovenas is nog steeds in gebruik.

Als het agrarisch bedrijf steeds hogere eisen stelt aan het waterpeil, gaat de afhankelijkheid van de wind een steeds groter probleem vormen. Om dit op te lossen is er in 1924 een motor in de molen geplaatst, die een pomp buiten de molen aandrijft. De molenaar had wel de opdracht gekregen enkel de motor te gebruiken als het niet anders kon.Deze foto is gemaakt tussen 1933 en 1944.
Het blijkt, dat het polderbestuur toch niet tevreden is met deze motor, aangezien in 1933 het besluit valt om het stroomlijnsysteem Dekker op het wiekenkruis aan te brengen.

Eind 1957 is de molen buiten gebruik gesteld, omdat het waterpeil in de Koedood verlaagd is tot polderpeil: de molen verliest z'n afvoer naar de rivier. Op dat moment is de Pendrechtse Molen al lange tijd de enig overgebleven windwatermolen van het eiland IJsselmonde, waar er ooit vijftig gestaan hebben. Hierna wordt de molen verkocht aan de Charloisse tandarts Jungerius. Hij knapt de molen aan de buitenkant op en vervangt de Dekkerwieken door een zogeheten oudhollands wiekenkruis. De binnenkant van de molen wordt leeggesloopt en omgebouwd tot een tweede woning.

In 1973 koopt de gemeente Rotterdam de molen: de volgende 5 jaar wordt de molen maalvaardig gerestaureerd. Er komt een nieuwe kap en gaande werk met een houten scheprad. Een vrijwillige molenaar stelt de molen regelmatig in bedrijf.

Begin negentiger jaren komt de molen ernstig in de verdrukking: rond de molen wordt begonnen een bedrijventerrein aan te leggen. De plannenmakers denken met de molen rekening te hebben gehouden, maar het is erg onvoldoende. Een windmolen heeft ongestoorde wind nodig om goed te kunnen draaien en hiervoor is 100 meter onbebouwd gebied niet genoeg.
Het zoeken is naar een nieuwe plek met voldoende wind en voldoende water. Deze wordt in 1993 iets minder dan drie kilometer naar het oosten gevonden in het Zuidelijk Randpark in Barendrecht. Het Natuur- en Recreatieschap IJsselmonde koopt voor het symbolische bedrag van één gulden de molen. Hierbij wordt de garantie gegeven, dat de molen opengesteld zal worden voor het publiek. Hiernaast blijft ook de functie van de molen behouden, omdat deze nu het water in het Zuidelijk Randpark rond kan malen. In 1994 wordt de molen gerestaureerd, waarbij deze de originele kleuren en ook het Dekkersysteem weer terugkrijgt. Sindsdien draait of maalt de molen drie dagen in de week en het wiekenkruis maakt ieder jaar meer dan een half miljoen omwentelingen.
De molen malend op het zuiden bij zonsondergang.