Home
Geschiedenis
Technische gegevens
Contact
Rotterdampas
 
   

De twintigste eeuw eerste helft

In 1901 is de Woningwet aangenomen en daarin is de minimum-kwaliteit van woningen geregeld. Dat leidt er toe, dat in 1904 de Gezondheidscommissie te Barendrecht de molen bezoek en deze concludeert: de woning is te klein, te laag van verdieping evenzoo de slaapplaatsen enz. en wordt mitsdien onbewoonbaar verklaard.
Het polderbestuur besluit om met het oog op de groote bezwaren daaraan verbonden geen woning te bouwen doch voorlopig den watermolenaar diens eigen woning met Mei a.s. te doen betrekken, tegen vergoeding eener met hem nader over een te komen huursom. Dat blijkt ƒ1,= per week te zijn en dat gemakshalve is afgerond op ƒ50,= per jaar.

In 1916 heeft het bestuur een begroting á ƒ4.600,00 gemaakt voor de aanschaf van een Deutz ruwe petroleum-motor van 10/12 P.K. Deze zaak wordt uitvoerig besproken, doch geen besluit wordt genomen.Blauwdruk van de motor van het hulpgemaal.

In 1923 bespreken ze de kwestie om bij windstilte of wanneer de molen het water niet voldoende kan wegmalen, dit op andere wijze te bewerken.  Het jaar erop is een proef genomen met een hulpbemaling geplaatst aan de Lageweg. De motor verzette veel water, doch in ¼ uur waren alle slooten droog, de motor stond dus niet op haar plaats. De bedoeling is nu een toestel bij den molen te plaatsen, daar kan de motor in den molen worden gebracht. Het geld hiervoor (ƒ1.200) wordt geleend van de molenaar, terwijl hij ook ontslagen wordt, omdat hij de motor niet kan bedienen én bovendien ondervinden we veel last van den molenaar, die niet altijd zijn plichten naar behooren waarneemt. De nieuwe molenaar bevalt ook niet en omdat het polderbestuur achter zijn rug om anderen benaderd heeft, neemt hij ontslag. Omdat er geen woonruimte aangeboden kan worden, weet men niets beters dan de oude molenaar terug te vragen en hij wil wel: tegen ƒ50,= per jaar meer loon en met een benoeming voor 6 jaar.

In 1931 beslist het polderbestuur om een besluit over het 40 jarig jubileum van molenaar L.vd Weijde aan de Leen van der Weijde met de motor.vergadering van Stemgerechte Ingelanden over te laten. Zij vinden gezien de niet grote verdiensten geen vrijheid hem een aandenken te geven. Tegelijkertijd blijkt, dat het verleden jaar 25 jaar geleden is dat de Heer Barendregt als Dijkgraaf van den polder Nieuw-Pendrecht in functie trad. Hij krijgt een schemerlamp, gezien de groote toewijding en het vele werk door hem in dien tijd gedaan in het belang van den polder.

In 1933 nodigt het polderbestuur dhr. A.J. Dekker uit Leiden uit om een De molen vóór 1933.vergadering van Stemgerechtigde Ingelanden bij te wonen voor het verstrekken van alle nadere gewenschte inlichtingen aan de Ingelanden (..) in door U voorgestelde verbetering van den watermolen. Dekker heeft berekend, dat voor ƒ1.200 de molen vernieuwd kan worden en aldus besluit de vergadering met algemene stemmen.
Op 15 juli tekenen Gebr. Van Beek, Molenbouwers te Nieuwe-Wetering gem. Alkemade een contract voor:
1) Het aanbrengen van stroomlijnwieken volgens het Ned.Octr. No.24753, in prima nieuwe materialen met zinkbedekking,
2) Het vergrooten van de helling van de wieken-as van den molen met bijbehoorende werken,
3) Het aanbrengen van een tweede wachtkozijn in de voorwaterloop van het scheprad.

Op 31 december 1938 tekent Wout Mout de Instruktie voor den watermolenaar van den polder Nieuw-Pendrecht te Rhoon.

In 1940 probeert het polderbestuur de molen tegen molest te verzekeren. De molen blijkt binnen 1000 meter van het vliegveld Waalhaven te staan en dat leidt tot een dubbele premie. Na overweging besluit dan de vergadering van verzekering tegen molest af te zien en het risico zelf te dragen.
Vanwege het bombarderen van het vliegveld is de afwatering van het vliegveld beschadigd en door de Duitsers verlegd naar de polder Nieuw-Pendrecht. Een bespreking volgt dan over 't feit, dat de molenaar gedeeltelijk in dienst is van de Duitsche Weermacht. De molen bemaalt nu ook het vliegveld Waalhaven en heel behoedzaam opereert het bestuur om hiervoor vergoedingen te krijgen.

Vanaf 1940 zijn er regelmatig besprekingen met de Cultuur-Technische Dienst over de verbetering van de afwatering, waarbij het stichten van geheel mechanische bemaling onontkoombaar zal zijn. Voorlopig worden aanpassingen vooruit geschoven vanwege de hoge kosten en daar men echter in een zeer abnormalen toestand leeft door den oorlog, is men van oordeel om met eventueelen beslissingen te wachten tot beter tijden zijn aangebroken.

In 1942 biedt A.J.Dekker zich aan als opzichter, waar het bestuur ook op ingaat. Hij maakt een rapport over de bemaling van vliegveld Waalhaven met als conclusie: Een eventueele vergoeding van ƒ300,-- 's jaars voor de jaren 1941 en 1942 (t.w. ƒ100,-- voor bediening en ƒ200,-- voor onderhoud) aan den polder Nieuw-Pendrecht voor de ontwatering van 60 HA vliegveld Waalhaven, komt op een eenheidsprijs van ƒ5,-- per HA en is lager dan die welke de polder aan de bemaling van zijn eigen gronden besteedt, dus is volkomen gerechtvaardigd.

Op 19 april 1944 schrijft A.J.Dekker een brief: hij heeft onderzoek gedaan vanwege het voortdurend breken van kaprollen. Hij constateert, dat de molenaar te laat waarschuwt, waardoor nu zelfs de lange spruitbalk gekraakt is. Om tijdelijk nog te kunnen malen, zal de molenkap met behulp van dommekrachten naar den wind moeten worden gericht, doch om aan het euvel afdoende een einde te maken is het geraden een nieuwe lange spruitbalk aan te Jan Bravenboer uit Smitshoek fotografeerde de molen omstreeks 1948.brengen aan de voorzijde van het bovenwiel, zoodat de kracht die aan de molenstaart door het kruirad wordt ontwikkeld, beter aan de molenkap wordt geleverd ter plaatse waar het groote gewicht van as en wieken de zwaarste belasting veroorzaakt. Voorts moet ik U met aandrang aanraden een geheel nieuwe en grootere gang rollen aan te wenden, want niet alleen zal de molen daarmede lichter kruien, doch de rollen zelf worden daardoor veel sterker, wanneer zij in plaats van 16 cM. 20 cM. dik zijn, terwijl ook het dichtleggen van het smeergat in de rolvloer nog een laatste oorzaak zal wegnemen van de groote rollenbreuk. Hij begroot alles op ƒ995,00.

Het salaris van de molenaar bedraagt in 1948 ƒ385,00 en voor de extra maaluren tbv Waalhaven ƒ100,00.  A.J. Dekker ontvangt voor het  toezicht op de watermolen ƒ25,00.