Home
Geschiedenis
Technische gegevens
Contact
Rotterdampas
 
   

De negentiende eeuw eerste helft

In 1806 wordt ƒ66 betaalt aan Pieter Rokusse Molenaar als molenaar van de Pendrechtse watermolen sedert Primo Me 1806 tot Ultimo April 1807 alsmede voor het stoppen en digt houden van de molleritten en zuigers, volgens conditie van aanbesteeding. In 1811 tekent de molenaar voor 't eerst voor ontvangst met PRMN in plaats van teken gesteld X.

In 1820 betaalt de polder voor leverantie van een aschhout ƒ400- 3-0. De maten daarvan zijn 28x28 Dm(72,8x72,8 cM) L 24 v (7,51 M); de 28 scheenen worden vermaakt en verstaalt wegens 68 pont a 3 St pont kost ƒ29- 8. Een nieuwe strop weegt 116 pont a 6 St pont en dat kost ƒ34-16, 1 ouwe dito vermaakt weegt 78 pont en dat kost dan ƒ11-14.

In 1827 komen we de spruiten tegen in een rekening: met het hale van het houwt van Sijaar Loois, de Schallik -of- Lange en Korte Spruyt na de mole de baas 1 Dag 2 Knegts ieder 1 dag ƒ4,00, betaald aan drank voor de behulpzame hande op Sjaarloois ƒ0,40.
Het gaat niet altijd goed in de molen: met het doormalen van een gedeelte onderkamme daartoe geleverdt 35 stuks onderkamme stuk 8 St ƒ14- 0.

In 1830 is voor 't eerst Aan de directie der onderlinge brandwaarborg Maatschappij te Amsterdam, het aandeel dezer Polder, wegens assurantie der watermolen betaald ƒ5,72. De berekening van de omslag is als volgt: den rendant voor gaarloon van den omslag groot 725,00  5% =ƒ36,25.
In 1831 blijkt de molen verzekerd voor een ingeschreven Kapitaal van ƒ7850,00.
De molen krijgt een nieuw scheprad voor ƒ90,00

De molen is gebouwd met een stookplaats met rookkanaal om tijdens het malen (wat vooral 's winters gebeurt) de molenaar warmte te verschaffen. Vanaf 1832 komen uitgaven voor, waaruit blijkt dat er meer komfort aangebracht wordt.
Het tractement als watermolenaar voor C. Groenenboom bedraagt nu ƒ80,00. Voor 600 turven wordt ƒ2,40 betaald.

In 1837 zijn Gert en Jan een halve nacht doende wegens het afhale van de zeÿl met afmale van de roede en dat kost dan ƒ1,30.
Ondertussen is Johannes van Nielen watermolenaar geworden.

In 1842 wordt het vertrek met Kaste en bedstee en beschot werk buiten het vertrek overgeverwd. Daarvoor wordt voor Het Vertrek ⅝ pond bestpaars, 2 pond paarelkleur voor de kaste en bedstee, 5 pond gemeenblauw, 2 x 16¼ pond wit en 2½ pond bestgroen gebruikt. Naast de molen is een nieuwe schuur met rieten dak geplaatst met een oven met schoorsteen.
Plattegrond van de begane grond van de woning, zoals die was in 1904.Plattegrond van de slaapzolder van de woning, zoals die was in 1904.

In 1843 zijn Jan en Gert samen 2½ dag doende om met het vast male van het scheprat met het losmake met uithale van een stuk houd ligte van de Spit en Wateras en dit kost ƒ5,50.

In 1845 lijkt het erop dat er geen vangstok meer is, want er wordt een vangtouw en een luiradtouw aangebracht. Voor ƒ0,25 is 1 Nieuwe Schijf gedraaid voor de vang.

In 1847 is er voor de molenaar een Pikhoudt of mole Knecht gemaakt lang 6 vt (1,88M) voor ƒ0,60.
De vangbalk wordt vervangen: 1 Nieuwe vangbalk 1 ijke 8 a 9 dm (20,8 a 23,4cM) lang 11 vt (3,44M) ƒ8,80. Is dat de vangbalk die er nu nog is?

In 1849 is het polderbestuur niet tevreden over de rekening van Wed. P. van Gelder en laat deze door een deskundige beoordelen: waaruit is gebleken dat dezelve, gelijk Dijkgraaf en Heemraden voornoemd teregt hadden vermoed veel te hoog, immers ongeveer ten bedrage van ƒ30,= te hoog was opgevoerd geworden, voornamelijk ontstaan door de menigvuldige arbeidsloonen en daggelden, in verhouding tot de ten uitvoergebragte werkzaamheden. De belanghebbende is voor deze vergadering opgeroepen teneinde haar over deze zaak ten ernstigste te onder houden. Haar zoon Jan van Gelder komt in haar plaats en het bestuur besluit niet meer dan ƒ200 (in plaat van ƒ229,10) te willen betalen. Voortaan zal fabriek Bremken een defektenlijst opmaken en het gemaakte werk gaan opnemen.
In het bovenwiel worden 2 N grote kramme gemaakt voor d storm kettings á ƒ0,80 (en die zitten er nog steeds).
Met loshakke van ijs van Scheprad zijn Gert ⅞ dag, Maarten ⅝ dag doende á ƒ1,65.